Spring naar content
Facebook LinkedIn Twitter
Op-je-gemak

Op je gemak

Als het aankomt op taal zie je als beelddenker de wereld vaak in meerdere dimensies. Combineer je deze aanleg met prachtige Nederlandse uitdrukkingen, dan heb je nooit meer een saai feestje of langdradig werkoverleg.

Je pikt een beelddenker er eenvoudig uit: het is de man of vrouw in een gezelschap die zit te gniffelen om een uitspraak als niemand anders lacht. Bijvoorbeeld na de zin: 'Lezen jullie de notulen op je gemak even door.'. De beelddenkers onder ons zien de groep toegesprokenen met zijn allen naar de toiletten rennen, elkaar verdringend om er als eerste te zijn zodat ze de notulen door kunnen nemen.

Als de inspectie zegt dat er te veel winst aan de strijkstok blijft hangen ga je je afvragen hoe plakkerig die stok met zijn paardenharen eigenlijk is dat de munten en biljetten er aan blijven zitten. En waarom niet iedereen viool- of celloles neemt, aangezien dat blijkbaar meer oplevert dan alleen mooie muziek.

'In de aap gelogeerd zijn.' Nee, daar kan je beter geen beeld bij oproepen...

Welbeschouwd zit onze taal vol met vreemde uitdrukkingen. Neem 'op eigen houtje'. 'Houtje' is een verkleinwoord. Is het dan wel groot genoeg voor een mens om er 'op' te zijn? En wat doe je er eigenlijk op? Staan? Zitten? Wat zou er gebeuren als je dat op het houtje van iemand anders deed?

'De pijp uit gaan' doet de vraag rijzen wat iemand er toe beweegt in een pijp te gaan zitten. Hoe groot is die pijp om ruimte te geven aan een mens, en waar vind je een pijp van die afmeting?

'Naar de gallemiezen gaan.' Wat is een gallemies? Je hebt er duidelijk meer dan één van, aangezien de uitdrukking een meervoud geeft. Hoe kom je bij die gallemiezen en wat doe je als je daar bent? Ga je dan weer terug, of blijf je nog even hangen?

'Iemand een oor aannaaien.' Au. 'Weten waar Abraham de mosterd haalt.' Net zoals Kees en Jan, bij de supermarkt. 'Op grote voet leven.' Je mag iemand niet vooroordelen op zijn schoenmaat.

We zijn als Nederlanders met onze uitdrukkingen maar een raar volk. Het is maar goed dat de wereld niet zo letterlijk in elkaar steekt. Joost mag weten hoe de communicatie dan zou verlopen.